pleite

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plei·te
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

pleite

  1. weg, verdwenen
    • Hij is pleite. 

Bijvoeglijk naamwoord

pleite

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) failliet
  2. (Jiddisch-Hebreeuws) weg, ervandoor

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands


Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈplaɪ̯tə/
Woordafbreking
  • plei·te
stellend vergrotend overtreffend
pleite
-
-
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

pleite

  1. blut