personificatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de personificatie van de electriciteit
Uitspraak
Woordafbreking
  • per·so·ni·fi·ca·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘de voorstelling van een zaak als persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1872 [1]
  • afleiding van persoon met het achtervoegsel -atie [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord personificatie personificaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

personificatie v [3]

  1. (figuurlijk) beeldspraak waarbij aan niet menselijke zaken, menselijke eigenschappen worden toegeschreven
    • De sprekende koffiepot in Belle en het Beest is een personificatie. 
  2. van een mens zeggen dat hij de vertegenwoordiger is van een abstract begrip
    • Mijn leraar is de personificatie van het kwaad. 
    • George Soros is de personificatie van Aurel Kolnais definitie van het Westen. Hij is alles wat rechtse volksmenners en antisemieten haten: rijk, een wereldburger, Joods, en een vrijdenker die gelooft in de ‘open samenleving’, in de geest van Karl Popper, eveneens een Joodse zoon van het Hongaars-Oostenrijkse imperium. [4] 
    • Mnuchin is ex-bankier van Goldman Sachs, de bank die in campagne van Trump de personificatie was van de elite die de gewone man een oor aannaait. Daarnaast had hij een hedgefonds, financierde hij Hollywoodfilms en heeft hij zo'n 40 miljoen dollar op de bank. Zijn waarde wordt op zo'n 500 miljoen dollar geschat. [5] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen