incarnatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·car·na·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord incarnatie incarnaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

incarnatie v [3]

  1. (religie) het incarneren, de vleeswording, de gebeurtenis dat God mens werd in Jezus Christus
  2. belichaming, verpersoonlijking
    • hij is de incarnatie van het kwaad 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen