penetreren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ne·tre·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘doordringen’ voor het eerst aangetroffen in 1636 [1]
  • afgeleid van het Franse pénétrer (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
penetreren
penetreerde
gepenetreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

penetreren

  1. ergatief diep in iets doordringen, binnendringen
    • In tegenstelling to alfastraling penetreert gammastraling door het gehele lichaam. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen