doordringen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

doordríngen
dóórdringen
Woordafbreking
  • door·drin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doordringen
dorˈdrɪŋə(n)
doordrong
dorˈdrɔŋ
doordrongen
dorˈdrɔŋə(n)
klasse 3 volledig

Werkwoord

doordríngen

  1. overgankelijk iemand tot op de grond overtuigen van iets.
    • Ik doordróng hen van de noodzaak ervan. 


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doordringen
ˈdordrɪŋə(n)
drong door
drɔŋ ˈdor
doorgedrongen
ˈdorɣəˌdrɔŋə(n)
klasse 3 volledig

Werkwoord

dóórdringen

  1. ergatief weten ergens binnen te komen.
    • Hij drong dóór tot in het hart van het fort. 
  2. helemaal duidelijk worden
    • Eindelijk drong het tot hem door dat hij een fout had gemaakt. 
     Ik bleef nog een tijdje languit in het gras liggen om de tekst die ze mij had voorgelezen tot me door te laten dringen.[1]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be