pegelpeil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·gel·peil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pegelpeil pegelpeilen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pegelpeil o

  1. (waterbeheer) hoogste niveau dat een molenaar het water mag opstuwen (aangeduid met een nagel en een steen met jaartal)
     Watermolens hebben voldoende water nodig om te stuwen. Soms is het pegelpeil voor de watermolens die nog in bedrijf zijn in de zomer te laag.[5]
Hyperoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 17 december 2019 Weblink bron “Het pegelpeil” op BrustemMolen.be
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Bronlink geraadpleegd op 19 oktober 2020 Weblink bron “Het bekkenbeheerplan van het Demerbekken (2008-2013) : Integraal waterbeleid in de praktijk” (30 januari 2009), Secretariaat Demerbekken (p/a VMM), Leuven, p. 71

Gangbaarheid