pedal
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| pedal | pedals |
pedal
| vervoeging (VS/VK) | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to pedal |
| he/she/it | pedals |
| verleden tijd | pedaled pedalled |
| voltooid deelwoord |
pedaled pedalled |
| onvoltooid deelwoord |
pedaling pedalling |
| gebiedende wijs | pedal |
pedal
- trappen (op een pedaal)
- (metonymisch) fietsen
| stellend |
|---|
| pedal |
pedal
- voet-, met betrekking tot de voet
- In onderzoek van 2014-2018 door het Centrum voor Leesonderzoek werd "pedal" herkend door:
| 99 % | van de Amerikanen; |
| 99 % | van de Britten.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 18 februari 2020 “Measures of word prevalence for 61,800 English words” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Metonymisch in het Engels
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels
- Prevalentie Verenigde Staten 99 %
- Prevalentie Verenigd Koninkrijk 99 %