passing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord passing passingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

passing v [1]

  1. (techniek) een methode om twee voorwerpen in elkaar te laten passen
  2. (sport) het geven van een pass
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal


Engels

Werkwoord

passing

  1. onvoltooid deelwoord van pass

Zelfstandig naamwoord

passing

  1. gerundium van pass