parfumeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·fu·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
parfumeren
parfumeerde
geparfumeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

parfumeren

  1. (overgankelijk) met een parfum een geur geven
    parfumeren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen