parfum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·fum
enkelvoud meervoud
naamwoord parfum parfums
verkleinwoord parfumpje
parfummetje
parfumpjes
parfummetjes

Zelfstandig naamwoord

parfum m/o

  1. mengsel van verschillende geurstoffen in een oplosmiddel
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie