pandemie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pan·de·mie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pandemie pandemieën
pandemies
verkleinwoord pandemietje pandemietjes

Zelfstandig naamwoord

pandemie v

  1. (medisch)een epidemie op wereldwijde schaal
    • Er wordt in de wereld rekening gehouden met de mogelijkheid op een pandemie. 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie