pachtboer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pacht·boer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pachtboer pachtboeren
verkleinwoord pachtboertje pachtboertjes

Zelfstandig naamwoord

pachtboer m [1]

  1. een boer die land verbouwt dat niet in zijn eigendom is en waarvoor hij pacht moet betalen
    • Staatsbosbeheer vindt dat een paardenhouderij het stille karakter van het landgoed te veel aantast. Ze veroorzaakt meer verkeer. Evers heeft bovendien een stuk grond verhard en illegaal een uitrijbak aangelegd. Omdat de pachtboer in beroep is gegaan tegen de uitspraak van de pachtrechter, staat Staatsbosbeheer toe dat hij met zijn gezin op de boerderij blijft wonen totdat daarover een uitspraak is gedaan. [2] 
    • In zijn met de Premio Strega bekroonde familiekroniek Het Mussolinikanaal geeft Antonio Pennacchi een indringend beeld van het Italiaanse platteland onder het fascistische regime. Een familie van arme pachtboeren, teleurgesteld in de niet gerealiseerde beloften van het socialisme, sluit zich aan bij de fascistische beweging, zonder daar echt in te geloven. [3] 
    • Dit is een van de waargebeurde verhalen die Steffie van den Oord met veel gevoel voor saillante details navertelt in De vrouw met de bijl en negen andere moordenaressen. Ze biedt een interessante mix van criminele feiten, gepleegd met uiteenlopende wapens. Bijl, sabel, deurknop, knipmes, broodmes, pistool, revolver, dolk en rattengif. De moordenaressen zijn dienstmeiden, hoeren, dochters van pachtboeren, zakkendragers en boerenknechten. Geldgebrek is een belangrijk motief. Soms ook jaloezie. Of hartstocht. [4] 
Hyperoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen