overvaren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • over·va·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overvaren
overvoer
overvaren
klasse 6 volledig

Werkwoord

overváren

  1. overgankelijk varend onder de voet lopen
    • Het vlot met drenkelingen werd over overvaren door een mammoettanker. 
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overvaren
voer over
overgevaren
klasse 6 volledig

Werkwoord

óvervaren

  1. ergatief varend zich naar de overzijde begeven
    • Ze waren de Atlantische Oceaan overgevaren. 
  2. inergatief naar de overzijde varen
    • Vroeger werd er bij Kruiningen en Perkpolder overgevaren. 
  3. overgankelijk iemand varend naar de overzijde brengen
    • De schipper besloot ondanks het gevaar de verzetsmensen over te varen. 

Werkwoord

vervoeging van: overvaren
geen verbogen vorm

overvaren

  1. voltooid deelwoord van overvaren

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.