oversteken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·ste·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
oversteken


stak over


overgestoken


klasse 4 volledig

Werkwoord

oversteken

  1. (ergatief) aan de overzijde van iets geraken
    Zij staken de Beringstraat over.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

oversteken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord oversteek