overspringen
Uiterlijk
- over·sprin·gen
- samenstelling van over en springen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overspringen |
sprong over |
overgesprongen |
| klasse 3 | volledig | |
- onovergankelijk van het een op het andere springen
- Ze hield een zwavelstok bij de smeulende kolen, een vonk sprong over
- Zestig jaar echtpaar: beiden keken om en de eerste vonk sprong over
- onovergankelijk over iets uitsteken, vooruitsteken
- overgankelijk overslaan
- Het woord overspringen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 3 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Onovergankelijk werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal