overslaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·slaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overslaan
sloeg over
overgeslagen
klasse 6 volledig

Werkwoord

overslaan

  1. overgankelijk een beurt doen missen
    • Laten we deze opgave maar overslaan. 
     Hij zat erbij als een man die overduidelijk geen maaltijd oversloeg en die ook voor het overige beter wist dan wie ook wat goed was voor hemzelf en de wereld.[1]
  2. ergatief plotseling van de ene geleider op de andere springen van elektriciteit
    • Er sloeg een aantal vonken over. 
  3. ergatief plotseling overgaan in een ander stemregister
    • Van opwinding sloeg zijn stem over. 
  4. ergatief (medisch) (biologie) het overbruggen van een geografische of biologische hindernis
    • Er is een nieuw hiv-virus overgeslagen van de gorilla op de mens. 
  5. overgankelijk een vorm van handel waarbij goederen van het ene transportmedium op het andere overgebracht worden
    • In de haven van Rotterdam is in de eerste drie maanden van het jaar 10,8% minder overgeslagen dan in dezelfde periode vorig jaar. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 30