overslaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·slaan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overslaan
sloeg over
overgeslagen
klasse 6 volledig

Werkwoord

overslaan

  1. (overgankelijk) een beurt doen missen
    Laten we deze opgave maar overslaan.
  2. (ergatief) plotseling van de ene geleider op de andere springen van elektriciteit
    Er sloeg een aantal vonken over.
  3. (ergatief) plotseling overgaan in een ander stemregister
    Van opwinding sloeg zijn stem over.
  4. (ergatief) (medisch) (biologie) het overbruggen van een geografische of biologische hindernis
    Er is een nieuw hiv-virus overgeslagen van de gorilla op de mens.
  5. (overgankelijk) een vorm van handel waarbij goederen van het ene transportmedium op het andere overgebracht worden
    In de haven van Rotterdam is in de eerste drie maanden van het jaar 10,8% minder overgeslagen dan in dezelfde periode vorig jaar.