overdonderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·don·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overdonderen
overdonderde
overdonderd
zwak -d volledig

Werkwoord

overdonderen

  1. overgankelijk verbluffen
    • Het nieuws overdonderde de menigte. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.