overbelasten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·be·las·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overbelasten
overbelastte
overbelast
zwak -t volledig

Werkwoord

overbelasten

  1. overgankelijk zwaarder belasten dan het systeem verdragen kan
    • Het netwerk werd overbelast en ging door zijn knieën. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.