ouvreuse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1:18 een ouvreuse in actie
Uitspraak
Woordafbreking
  • ou·vreu·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrouw die plaats aanwijst’ voor het eerst aangetroffen in 1870 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ouvreuse ouvreuses
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ouvreuse v

  1. (beroep) vrouw die in een theater of bioscoop de bezoekers naar hun plaatsen brengt
    • Druppelsgewijs komen we te weten dat Louki de dochter is van een onbekende vader en een ouvreuse in de Moulin Rouge, dat ze korte tijd getrouwd is geweest met een oudere man en telkens weer alle bruggen opblaast, alle banden verbreekt en haar schepen achter zich verbrandt, eeuwig op de vlucht voor zichzelf.[3] 
    • Zo is er de historie van Bep van der Heijden-Put, die 45 jaar lang ouvreuse was in Luxor. En naast actrice Joke Bruijs en burgemeester Aboutaleb schittert bijvoorbeeld ook Nico Deflers, die als 15-jarig jochie meehielp om het puin van het bombardement op te ruimen. [4] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen