opvoeding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·voe·ding
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van opvoeden met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord opvoeding opvoedingen
verkleinwoord opvoedinkje opvoedinkjes

Zelfstandig naamwoord

opvoeding v

  1. (sociologie) het proces waarin iemand wordt gevormd naar de normen van diens opvoeders, en daarmee meestal de samenleving waarin hij leeft
     Ze had een aanstekelijke energie en we spraken al snel over zaken als conventies, opvoeding en hang naar vrijheid.[1]
     De eerste week zonder ijs waren de ochtendgebedbijeenkomsten hopeloos. Dat was het nieuwe onhandige woord omdat het niet langer alleen om ochtendgebeden en God ging, zoals enkele jaren geleden. Nu richtten ze zich meer op de opvoeding.[2]
  2. (sociologie) iemands algemene vorming en ontwikkeling
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044632767
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be