opoe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • opoe
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘grootmoeder’ voor het eerst aangetroffen in 1902 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord opoe opoes
verkleinwoord opoetje opoetjes

Zelfstandig naamwoord

opoe v

  1. Grootmoeder, oma een vrouw met kleinzoon of kleindochter.
    • Er bestaan veel dialectwoorden voor oma zoals bomma, memme, metje, moemoe, moeke, beppe, opoe. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen