onveranderlijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·an·der·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onveranderlijkheid onveranderlijkheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onveranderlijkheid v [1]

  1. het constant zijn van iets
     Hij was de enige die niet gehoorzaamde aan de wet der onveranderlijkheid in dit betoverde, slapende kasteel.[2]
     V&D sinds begin bekend om onveranderlijkheid: In de vorige eeuw groeide de warenhuisketen snel. Tot begin deze eeuw. Pogingen om het tij te keren komen te laat.[3]
  2. iets dat constant is
Synoniemen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Leov Tolstoj “Oorlog en Vrede” (1869), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028251151
  3. Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2022 Weblink bron “V&D sinds begin bekend om onveranderlijkheid” (23-12-2015), NOS