Naar inhoud springen

ontbinding

Uit WikiWoordenboek
  • ont·bin·ding
enkelvoud meervoud
naamwoord ontbinding ontbindingen
verkleinwoord ontbindinkje ontbindinkjes

deontbindingv

  1. het ontbinden
  2. (juridisch) beëindiging, opheffing
    • De ontbinding van een overeenkomst. 
  3. (wiskunde) het ontbinden in factoren
  4. (biologie) (van een stoffelijk overschot) bederf, verrotting, vertering
    • Het lichaam verkeerde in verregaande staat van ontbinding. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]