opheffing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·hef·fing
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van opheffen met het achtervoegsel -ing
  • De overdrachtelijke verschuiving van de letterlijke betekenis van “optillen” voor het werkwoord opheffen en zijn abstracte afleiding opheffing wordt ook in verschillende talen aangetroffen, zie hieronder.
  • [1] Leenvertaling van kerkelijk Latijn elevatio (corporis) “het optillen, de opheffing van het lichaam (van Jezus Christus)”.
enkelvoud meervoud
naamwoord opheffing opheffingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opheffing v

  1. het opheffen, optillen (gezegd van het menselijk lichaam)
  2. (figuurlijk) de afschaffing van iets
    • De opheffing van de slavernij heeft in veel landen pas plaatsgevonden in de 19de eeuw.  
  3. (figuurlijk) de beëindiging van iets
    • Meer dan 100 jaar na de oprichting was er de opheffing van de vroeger zo grote politieke partij. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be