onrecht
Uiterlijk
- on·recht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onrecht | onrechten |
| verkleinwoord | onrechtje | onrechtjes |
het onrecht o
- onrechtvaardigheid
- ▸ Het was wel duidelijk dat de vrouw zich niet gemakkelijk uit het veld liet slaan. 'Medelijden en generositeit? Ik zou moeten worden beloond voor mijn medelijden, dat ik zo lang heb gezwegen over het onrecht dat je ons hebt aangedaan, de schánde waaraan je mij hebt blootgesteld.[1]
- Het woord onrecht staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onrecht" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel on- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %