onderweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·weg
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

onderweg

  1. onderweg zijn: bezig zijn zich van plek A naar plek B te verplaatsen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie