onderschatten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·schat·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderschatten
onderschatte
onderschat
zwak -t volledig

Werkwoord

onderschatten

  1. overgankelijk de fout maken iets kleiner, dommer, zwakker of van kleiner belang in te schatten dan het in werkelijkheid blijkt
    • Zij hadden de professor die zich voor de schoolraad kandidaat gesteld had onderschat en hij won zijn district 5 met gemak. 
     Natuurlijk had ik Clio onderschat. In plaats van de deur open te doen in verhuis-T-shirt en joggingbroek verscheen zij, alsof ze wist dat dit haar eerste opkomst zou zijn in mijn boek, als een vrouw die weet hoe zij haar entree moet maken, in een spectaculair kort zwart jurkje van Elsa Schiaparelli, dat was afgezet met een bloemmotief van witte glaskraaltjes en een wufte kraag van witte raffia, met daarbij zwarte open schoenen met een hoge hak van Fendi en lange, hangende, zilveren oorbellen van Gucci.[1]
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
onderschatten

onderschatten

  1. meervoud verleden tijd van onderschatten
    • Wij onderschatten. 
    • Jullie onderschatten. 
    • Zij onderschatten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 25