ondernemerszin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·ne·mers·zin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ondernemerszin
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ondernemerszin m

  1. begeerte en lust die mensen hebben om een zaak aan te pakken

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Troonrede 2016