onderkruiper
Uiterlijk
- Geluid: onderkruiper (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɔndərˌkrœypər / (4 lettergrepen)
- on·der·krui·per
- Naamwoord van handeling van onderkruipen met het achtervoegsel -er [1][2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onderkruiper | onderkruipers |
| verkleinwoord | onderkruipertje | onderkruipertjes |
- (scheldwoord) iemand die zich overdreven slaafs opstelt (bijv. een werkwillige bij stakingen)
- (scheldwoord) iemand die klein van stuk is
- [1] stakingsbreker
- Het woord onderkruiper staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onderkruiper" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -er in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheldwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %