omruiling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·rui·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord omruiling omruilingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

omruiling v

  1. het iets wat je gekocht hebt maar niet kunt gebruiken, omwisselen voor een product was je wel kunt gebruiken
    • Een groep aandeelhouders van was- en voedingsmiddelenbedrijf Unilever is naar de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam gestapt omdat ze het niet eens zijn met een plan tot omruiling van aandelen. [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 13-07-2004 Beleggers dagen Unilever om aandelenruil