omroepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·roe·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van roepen met het voorvoegsel om-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omroepen
riep om
omgeroepen
klasse 7 volledig

Werkwoord

omroepen

  1. (overgankelijk) op een luide manier vertellen aan een grote groep
    In de winkel werd omgeroepen dat de speculaas in de aanbieding was.

Zelfstandig naamwoord

omroepen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord omroep