omkoping
Uiterlijk
- om·ko·ping
- Naamwoord van handeling van omkopen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | omkoping | omkopingen |
| verkleinwoord | - | - |
de omkoping v
- iemand met behulp van steekpenningen, geschenken e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken
- Arrestaties na omkopingen in voetbalwereld. De verdachten vormen samen een bende die wordt verdacht van het manipuleren van voetbalwedstrijden.
- ▸ We hebben de titel 'omkoping en corruptie' veranderd in 'omkoping' omdat dat taaltechnisch duidelijker is."[1]
- Het woord omkoping staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "omkoping" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “FIFA bant woord 'corruptie' uit ethisch reglement” (14-08-2018), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %