omgangstaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·gangs·taal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord omgangstaal omgangstalen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

omgangstaal m/v

  1. (taalkunde) woordenschat en manier van spreken die mensen in hun dagelijkse contacten gebruiken

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen