Naar inhoud springen

omgang

Uit WikiWoordenboek
  • om·gang
enkelvoud meervoud
naamwoord omgang omgangen
verkleinwoord

deomgangm

  1. de manier waarop mensen contact met elkaar hebben
     Je hebt geslachtelijke omgang met hem gehad, vervolgt het briefje.[2]
    • De chagrijnige man was moeilijk in de omgang. 
     Voor onze voorouders was het een vorm van evolutionaire selectie: omdat zij directe verwanten meer konden vertrouwen dan vreemdelingen en verre buren, ontwikkelden zij een voorkeur voor omgang met naaste familieleden.[3]
  2. de manier waarop men men met iets omgaat
     De omgang met techniek in Bellamy's jaar 2000 kan het beste omschreven worden met wat de kritische techniekfilosoof Albert Borgmann het device paradigm, het apparatenparadigma, heeft genoemd.[4]
  3. processie, optocht
  4. galerij aan de buitenzijde van een toren
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  3. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  4. Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be