nummeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • num·me·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nummeren
nummerde
genummerd
zwak -d volledig

Werkwoord

nummeren

  1. (overgankelijk) een uniek getal aan iets hechten, gewoonlijk in oplopende rangorde
    Je moet de tabellen nog nummeren.