nod

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Naar frequentie 1576
vervoeging
onbepaalde wijs to nod
he/she/it nods
verleden tijd nodded
voltooid
deelwoord
nodded
onvoltooid
deelwoord
nodding
gebiedende wijs nod

Werkwoord

nod

  1. knikken
Afgeleide begrippen