knik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knik
enkelvoud meervoud
naamwoord knik knikken
verkleinwoord knikje knikjes

Zelfstandig naamwoord

knik m

  1. een snelle neerwaartse beweging met het hoofd als bevestiging of groet
    Met een knikje gaf hij het teken de deur in te rammen.
  2. een geknakte plek
    Er zit een knik in de kabel, waardoor er geen goed elektrisch contact meer is.

Werkwoord

vervoeging van
knikken

knik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knikken
    Ik knik.
  2. gebiedende wijs van knikken
    Knik!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knikken
    Knik je?