knikken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knik·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘het hoofd heen en weer bewegen’ voor het eerst aangetroffen in 1300 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
knikken
knikte
geknikt
zwak -t volledig

Werkwoord

knikken

  1. een verticale beweging met het hoofd maken
    • Hij knikte een snelle groet in het voorbijgaan. 
  2. (werktuigbouwkunde) hoekig buigen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

knikken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord knik

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie