nietig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nie·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van niet met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nietig nietiger nietigst
verbogen nietige nietigere nietigste

Bijvoeglijk naamwoord

nietig

  1. verwaarloosbaar klein
    Zijn bijdrage was nietig vergeleken bij de hare.
  2. ongeldig.
    De overeenkomst werd nietig verklaard.
Vertalingen