nietig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nie·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van niet met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nietig nietiger nietigst
verbogen nietige nietigere nietigste
partitief nietigs nietigers -

Bijvoeglijk naamwoord

nietig

  1. verwaarloosbaar klein
    • Zijn bijdrage was nietig vergeleken bij de hare. 
  2. ongeldig.
    • De overeenkomst werd nietig verklaard. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie