insignificante

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
mannelijk insignificante insignificantes
vrouwelijk insignificante insignificantes


Woordafbreking
  • in·sig·ni·fi·can·te

Bijvoeglijk naamwoord

insignificante

  1. onbetekenend, onbeduidend, onbelangrijk, nietig, gering