nederzetting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·der·zet·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nederzetting nederzettingen
verkleinwoord nederzettinkje nederzettinkjes

Zelfstandig naamwoord

nederzetting v

  1. een vestiging, een bewoonde plaats
    • De nederzetting werd door mensen bewoond. 
     Het legendarische Kennedy Meadows lag nog maar vier dagen voor me, een kleine, verlaten nederzetting aan de voet van de High Sierra’s.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be