nederlaag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·der·laag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nederlaag nederlagen
verkleinwoord nederlaagje nederlaagjes

Zelfstandig naamwoord

nederlaag v/m

  1. het verlies van een strijd
    • In de Tweede Wereldoorlog leed Hitler een groot aantal nederlagen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl