nederlaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·der·laag
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘het overwonnen worden’ voor het eerst aangetroffen in 1425 [1]
  • samenstelling van  neder   en  laag   (van 'lage' (ligging)) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord nederlaag nederlagen
verkleinwoord nederlaagje nederlaagjes

Zelfstandig naamwoord

nederlaag v/m

  1. het verlies van een strijd
    • In de Tweede Wereldoorlog leed Hitler een groot aantal nederlagen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen