nawegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·we·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nawegen
woog na
nagewogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

nawegen

  1. overgankelijk iets ter controle opnieuw wegen
    • Ik heb het nog even nagewogen, maar het klopte wel degelijk. 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.