natuurrecht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·tuur·recht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord natuurrecht natuurrechten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

natuurrecht o

  1. natuurlijk recht
  2. recht aan de natuur en niet aan de maatschappij ontleend, in de natuurlijke orde van de dingen gefundeerd
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid