natt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • natt
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord nátt
Naar frequentie 329
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   natt     m: natten
v: natta  
  netter     nettene  
genitief   natts     v: nattens
v: nattas  
  netters     nettenes  

Zelfstandig naamwoord

natt, m / v

  1. nacht


Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • natt til fredag
donderdagavond


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • natt
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord nátt
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   natt     natta     netter     nettene  

Zelfstandig naamwoord

natt, v

  1. nacht
Afgeleide begrippen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • natt
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   natt     natten     nätter     nätterna  
genitief   natts     nattens     nätters     nätternas  

Zelfstandig naamwoord

natt, g

  1. nacht
    • På vintern är nätterna långa och mörka. – 's Winters zijn de nachten lang en donker.