netter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • net·ter

Bijvoeglijk naamwoord

netter

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van net

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

netter

  1. vergrotende trap van nett


Noors

Woordafbreking
  • net·ter
Naar frequentie 5962

Zelfstandig naamwoord

netter, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van natt


Nynorsk

Woordafbreking
  • net·ter

Zelfstandig naamwoord

netter, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van natt