nasaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·saal
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse 'nasus' (neus) met het achtervoegsel -aal [1].
enkelvoud meervoud
naamwoord nasaal nasalen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nasaal v/m

  1. (taalkunde) een neusklank
    nasaal bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nasaal nasaler nasaalst
verbogen nasale nasalere nasaalste
partitief nasaals nasalers -

Bijvoeglijk naamwoord

nasaal

  1. (medisch) met betrekking tot de neus
  2. (taalkunde) door de neus komend
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl