naleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·le·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naleven
leefde na
nageleefd
zwak -d volledig

Werkwoord

naleven

  1. overgankelijk zich houden aan een verplichting
    • We moeten de reglementen naleven. 
     Voedsel, gas en licht zijn echter niet tweedehands te krijgen en daardoor kon ik mijn eigen regels niet heel strikt naleven.[1]
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be