naleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·le·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naleven
leefde na
nageleefd
zwak -d volledig

Werkwoord

naleven

  1. overgankelijk zich houden aan een verplichting
    • We moeten de reglementen naleven. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.