nakomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nakomen
kwam na
nagekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

nakomen

  1. overgankelijk iets ~:aan een verplichting voldoen
    • Ik betwijfel of hij die belofte wel na zal komen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.