nachtbraker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nacht·bra·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van nacht en het verouderde werkwoord braken (bezig zijn) met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord nachtbraker nachtbrakers
verkleinwoord nachtbrakertje nachtbrakertjes

Zelfstandig naamwoord

nachtbraker m

  1. een persoon die tot laat in de nacht wakker blijft
    Sommige mensen vinden het heerlijk om een nachtbraker te zijn.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.